Ruilverkaveling een historische fout - Blog en artikelen over permacultuur toepassingen - Permacultuur

Ga naar de inhoud

Ruilverkaveling een historische fout

Permacultuur
Gepubliceerd door in biodiversiteit ·
In de jaren na de oorlog, tot bijna in de jaren negentig, heeft in Nederland de ruilverkaveling plaatsgevonden.
Boeren moesten hun kleine versnipperde percelen onderling ruilen zodat er grotere percelen gevormd konden worden. Sloten konden gedempt worden en houtwallen weggehaald.
Het gevolg was dat Nederland er overal uit ging zien als de Noordoostpolder.
  
In de eerste jaren werkte het proces. Boeren konden efficiënter werken en dus meer produceren en meer verdienen. Als snel werd er echter veel te veel geproduceerd. De boterberg van de EU ontstond en de melkplas etc. De boeren produceerden jarenlang veel te veel en veel van die overproductie werd vernietigd. Waanzin was het. Men zag niet in dat er een historische fout gemaakt werd die ook nog eens financieel duur  was.
Ook het prachtige landschap en de biodiversiteit verdwenen.
Uiteindelijk maakte het voor de boeren niet veel uit. Het was slechts uitstel van executie.
Hun bedrijf ging in 70%+ van de gevallen toch wel naar de knoppen.
Als het niet de schaal was, dan was het wel de regelgeving. De eisen werden zo streng dat de kosten het onmogelijk maakten om nog met winst te  draaien.
Terechte regels vaak, want helaas werd er niet altijd naar het milieu of het dierenwelzijn omgekeken maar het werd veel boeren, ook de goedwillende, daarmee wel onmogelijk gemaakt hun bedrijf voort te zetten.
Ondertussen is er nu wel een winstbrenger voor het buitengebied gekomen en dat is dagrecreatie en toerisme. Zowel de  binnenlandse als de buitenlandse particulier zoekt de nostalgie van het verloren gegane Nederland.
Dat toerisme en de dagrecreatie heeft dan ook vooral weer het pittoreske beeld nodig van Nederland van voor de ruilverkaveling.
We gaan nu dus wat gekunsteld net doen alsof stukjes van het buitengebied nog gezellig zijn, terwijl het grootste deel van het agrarische deel van Nederland in feite een half jaar per jaar een zwarte woestijn is. Zwarte aarde waar een half jaar per jaar niets groeit. De andere  helft van het jaar staat er één plantensoort op de enorme velden en de  rest van de planten spuiten we dood.
Afgelopen weekend kwam daarbij het bericht dat de varkenshouderij in Nederland in feite ook bijna einde oefening is. Al jaren gaan ze in die sector van de ene ramp in de andere en enkelen overleven nog slechts even door extreme  schaalvergroting en de rest gaat ander emplooi zoeken.
Ook hier wordt het er niet mooier op.
Bedrijven worden gesaneerd en in plaats van bedrijvigheid komt er bijvoorbeeld woningbouw. In Brabant heet dat ruimte voor ruimte. Je haalt oude schuren weg en daar mag je dan het volume aan woningen voor bij bouwen.  Ideaal voor boeren die geen opvolger hebben, want zo is je pensioen toch  nog gered. Wat er daarmee wel gebeurd, is dat we het buitengebied ook volbouwen.
Agrarisch Nederland heeft het antwoord op de globalisering nog niet gevonden.
Ik denk dat het antwoord te vinden is in juist actieve regionalisering. Naar mijn idee moeten we veel nadrukkelijker dan tot nu toe inzetten op 'lokale producten'.
Dat heeft veel voordelen, en maakt ook dat de schaal weer veel kleiner kan worden.
De consument moet warm gemaakt worden voor lokale kwaliteit boven de troep van elders. Maar dan moet je wel waarmaken dat je extra kwaliteit aan het leveren bent!
Lever je productie via een abonnementssysteem direct aan de klant. De marge komt dan bij de boer en niet bij de tussenhandel. We kunnen dan ook economisch gezien de fouten van de ruilverkaveling weer gaan goedmaken. Als ons buitengebied ook weer mooier wordt trekt dat nog meer dagrecreanten en toeristen en met hen dus consumenten. We kunnen dan nog meer investeren in de kwaliteit van het landschap. Dat is mooi en daarbij ook voor de natuur en biodiversiteit een enorme meerwaarde.



Terug naar de inhoud